China heeft een van de snelst groeiende economieën ter wereld. Dit heeft meerdere redenen. Heel belangrijk is het feit dat de arbeid in China relatief goedkoop is, als je het vergelijkt met de westerse wereld. Hierdoor is het goedkoop om producten te fabriceren in China. Naast de productie zijn er nog 2 andere drijfveren achter de Chinese economie. Dat zijn de dienstensector en de landbouw. Uiteraard is het allemaal begonnen met de landbouw, net zoals dat in elk land is gegaan.

In China worden meer producten geproduceerd dan in elk ander land. Bij producten bedoelen we eigenlijk alles dat je kunt kopen. Auto’s, elektronica, schepen, vliegtuigen en ga zo maar door. Van klein tot groot, er is altijd wel een Chinese versie van iets te kopen. Er wordt vaak niet zo veel respect gegeven aan de Chinese fabrikanten. Men koopt liever spullen die in Amerika gemaakt zijn dan in China. Dit is vaak niet terecht. De Chinese producten worden steeds betrouwbaarder. En de consument weet dat!

Tegenwoordig is China in meerdere segmenten ruim marktleider. Airco’s, telefoons, computers, maar ook in zonnepanelen is dit het geval. Hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren, zullen we op deze pagina zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Zo werd China groot

Zoals je waarschijnlijk weet is China lang volledig communistisch geweest. De economische hervormingen begonnen in het jaar 1979. Deze hervormingen werden ingezet door Chinezen die in het buitenland woonden. De Chinese overheid begon hierna in te zien dat er veranderingen nodig waren om mee te kunnen in het wereldtoneel. Toen de eerste Chinezen begonnen te investeren in fabrieken in China werden de eerste centra voor massaproductie opgezet. De overheid zag hier het succes van in, en versoepelde de regels.

Hierdoor werd het voor de inwoners makkelijker om rond te reizen in hun eigen land. Zo konden ze makkelijker van baan wisselen. Door dit domino-effect werden er steeds meer fabrieken geopend en de eerste westerse bedrijven begonnen zich te melden. In het begin kon dit alleen in zogenaamde Speciaal Economische Zones, waar het kapitalisme ten koste van het communisme werd ingevoerd. Deze verandering werd later steeds meer ingezet in de rest van het land, waardoor er geen communisme is.

Deze veranderingen en hervormingen waren een belangrijk onderdeel van de groei van de Chinese economie, maar een aantal andere overheidsmaatregelen moeten ook zeker genoemd worden. China verdient het meeste geld met het exporteren van de producten die in China gefabriceerd worden. Het is goedkoop om dingen uit China te kopen omdat de Chinese overheid de munt kunstmatig goedkoop houdt ten opzichte van andere munten. Hierdoor is het een stuk interessanter om met je euro’s spullen in China te kopen. Als je hier nog aan toevoegt dat de arbeid in China sowieso goedkoop is, weet je waarom de Chinese producten niet zo duur zijn.

Succesvolle overgang van systeem

Je zou denken dat het heel lastig zou moeten zijn om te wisselen van een communistisch naar een kapitalistisch systeem, maar toch is het in China heel goed gegaan. Dit kan zo succesvol zijn geweest omdat de overheid juist door het communisme zo veel te zeggen had in China. Regels konden heel makkelijk worden ingevoerd door het systeem. Er wordt in China nog steeds gewerkt met een 1 partijen systeem. 1 partij heeft de macht. Zolang deze partij de juiste mensen heeft als adviseurs kunnen er slimme beslissingen worden gemaakt en kan het land doorgroeien. Een belangrijke reden dus die ervoor heeft gezorgd dat de wisseling goed is verlopen.

Er zijn uiteraard ook dingen die niet goed zijn gegaan in China. Er is op het platteland veel armoede omdat een heel groot deel van de economie draait om en aan de kust. Hier zijn alle grote en welvarende steden. Dit is weer een resultaat van het feit dat er in China vooral wordt geëxporteerd. Dit gebeurt vooral via de zee. Een groot deel van de grootste havens ter wereld bevinden zich dan ook in China. Havensteden als Rotterdam en Hamburg, die tot 10 jaar gelden de grootste waren, worden op elk punt voorbijgestreefd. Mooi voor de kust, slecht voor het platteland.

Om het platteland ook te ontwikkelen is de Chinese overheid druk bezig met dingen bedenken. De export via trein wordt gestimuleerd door rechtstreekste sporen aan te leggen tussen Europa en China. Zo’n spoorlijn kost miljarden, maar de bomen in China reiken met betrekking tot dit soort dingen tot de hemel.

Huidige status van China

Als je op dit moment kijkt naar hoe China het doet in de hele wereld zie je dat het heel erg goed gaat met het Aziatische land. Op de laatste ranglijst, die elke 10 jaar wordt geproduceerd, stond China bovenaan de lijst van grootste fabrikanten wereldwijd. Dit was in 2013. Waar dit in 2003 nog de Verenigde Staten waren, is China in 2013 een stuk groter. Met 23.2% van de totale waarde aan productie ie het bijna 6 procentpunten groter dan de VS. Deze data kwam van de Verenigde Naties.

Wel moet hierbij gezegd worden dat er in China ruim 4 keer zoveel mensen wonen als in de Verenigde Staten, dus als je kijkt naar het gemiddelde aantal dollars staat China een stuk lager. Uiteraard is dit een belangrijke kanttekening, maar het doet niks af aan de groei die het land doormaakt. In tien jaar tijd is de totale waarde van de productie van China’s met bijna 18 procent gestegen. Dit was in Amerika ‘slechts’ 2,9 procent.

Als je kijkt naar de gemiddelde waarde van de productie per hoofd van de bevolking, zie je dat Duitsland fier bovenaan staat. Dit heeft alles te maken met de hoge productiviteit en de hogere mate van moeilijkheid van de productie. Het gaat om de toegevoegde waarde aan een product, en Nanotechnologie is bijvoorbeeld een stuk meer waard dan het in elkaar schroeven van verschillende onderdelen. Dit klinkt wat neerbuigend en het dekt ook slechts een deel van het verhaal. Het kan namelijk niet ontkend worden dat het heel goed gaat met de Chinese economie. Toch heeft de economie alle kenmerken van een land in ontwikkeling.